Hulpmiddelen

Hieronder vindt u de toegestane hulpmiddelen bij de centrale examens in het mbo zoals vastgesteld in de Regeling toegestane hulpmiddelen bij centrale examinering mbo.

Algemeen

Bij de afname van de centrale examens Nederlandse taal, Engels en rekenen (2F, 3F en bij 2A, 2ER en 3ER) is het gebruik van pen/potlood en kladpapier toegestaan. Het kladpapier mag de examenzaal niet verlaten en dient na afloop van de examenzitting ingeleverd te worden.


Daarnaast is het gebruik van een verklarend Nederlands woordenboek toegestaan. Een digitaal woordenboek is niet toegestaan. Bij de ontwikkeling van de examens blijft het uitgangspunt dat de deelnemer geen woordenboek hoeft te gebruiken.

Toelichting op gebruik woordenboek

Een eendelig papieren verklarend woordenboek Nederlands is toegestaan bij de centrale examens Nederlands en rekenen. De deelnemer mag dus een woordenboek gebruiken; de instelling moet hem in staat stellen het te gebruiken. De examencommissie bepaalt of de deelnemer het woordenboek zelf meeneemt, of dat het beschikbaar is in de examenruimte.


Bij de pilotexamens Engels is een vertalend woordenboek Engels toegestaan.


Mogelijke woordenboeken

De 'standaard' is een gewoon verklarend woordenboek Nederlands (c.q. vertalend woordenboek Engels). De deelnemer die dat wenst, mag kiezen voor een andere vorm, bijvoorbeeld een beeldwoordenboek, een speciaal woordenboek 'Nederlands als tweede taal' of een woordenboek dat de Nederlandse (c.q. Engelse) woorden omzet naar zijn thuistaal.


De examencommissie kan (bijvoorbeeld in het examenreglement) bepalen dat wie een van de standaard afwijkend woordenboek wil meenemen, dat tijdig vooraf dient te melden. Dat maakt het beter mogelijk om met de deelnemer na te gaan of het echt zo effectief is als verwacht, en voorkomt verwarring bij de start van de examenzitting.


Digitaal woordenboek

Een digitaal woordenboek (Nederlands of Engels) is niet toegestaan. Dat is ook niet mogelijk op de computer bij de standaard digitale examens, maar technisch gezien zou de deelnemer een tweede vertaalcomputer erbij kunnen gebruiken. Dat mag dus niet. De reden daarvoor is het feit dat de opzoeksnelheid van de vertaalcomputer zeer hoog is. Een redelijke woordenschat is een van de onderliggende exameneisen bij Nederlands, en met een digitaal woordenboek wordt die eis niet meer getoetst.


Aanpassingen nodig

Ook bij het woordenboek geldt: als de examencommissie meent dat een aanpassing nodig is die in de regels niet is voorzien, wordt contact opgenomen met het College voor Toetsen en Examens (het CvTE) via het contactformulier.

Toelichting op gebruik rekenmachine

Als bij opgaven in de (pilot)examens rekenen een rekenmachine is toegestaan, wordt deze binnen de examensoftware aangeboden.


Gebruik van een losse rekenmachine buiten de examensoftware om is niet toegestaan, tenzij aangegeven bij aangepaste examens of ER-examens.


Voor meer informatie over het ER-examen, zie ER-examen mbo.

Toelichting op gebruik rekenkaarten

Een deelnemer met ernstige rekenproblemen of dyscalculie heeft recht op het gebruik van een rekenkaart.


De deelnemer die het rekenexamen 2F of 3F maakt met aanpassingen in de wijze van examinering op grond van een geldige dyscalculieverklaring, mag alleen gebruik maken van de standaardrekenkaart.


De deelnemer aan het ER-examen mag gebruik maken van de standaardkaart én de aanvullende rekenkaart. De deelnemer mag ook kiezen voor een deelverzameling van de geboden rekenhulpen. Hij mag de kaarten niet uitbreiden met eigen formules. Eenvoudige lay-outaanpassingen (vergroting, verticaal i.p.v. horizontaal of hardere markering van rijen of kolommen) zijn toegestaan. Bij twijfel kan de instelling de kaart aan het CvTE voorleggen. Voor meer informatie over het ER-examen en de voorwaarden om aan het ER-examen deel te nemen, zie ER-examen mbo.


De rekenkaarten vindt u op de pagina ER-examen mbo.

Zie ook


De informatie op deze pagina is van toepassing op het studiejaar 2016-2017. Wijzig eventueel uw jaarfilter.